De labradoodle is een kruising tussen een labrador retriever en een poedel. Het is een vriendelijke, actieve gezinshond voor mensen die graag buiten zijn en willen trainen. Maar een labradoodle is geen ras: hoe een pup er later uitziet, hoeveel hij verhaart en hoe hij zich gedraagt, is minder voorspelbaar dan bij een rashond.
Karakter
Een labradoodle erft een mengeling van de labrador (vriendelijk, gretig, werkt graag mee) en de poedel (slim, alert, gevoelig). Meestal krijg je een opgewekte, mensgerichte hond die graag speelt en apporteert. Maar een nest kan alle kanten op. Broers en zussen kunnen sterk van elkaar verschillen, zegt ook de Raad van Beheer.
Het grootste onderzoek tot nu toe (Bryson e.a. 2026, bij 9.402 honden in het Verenigd Koninkrijk) vergeleek het gedrag van labradoodles met dat van labradors en poedels. Labradoodles deden het op sommige punten beter dan poedels, zoals minder angst en agressie. Tegenover labradors toonden ze wel meer opwinding, meer problemen bij alleen zijn, meer angst voor geluiden en situaties, meer rivaliteit met andere honden en ze waren minder goed trainbaar. De “beste eigenschappen van beide” zijn dus geen garantie.
Wally Conron, de bedenker, heeft spijt. De Australiër Wally Conron kruiste in 1989 voor de geleidehondenschool van Victoria een labrador met een poedel. Het ging om een blinde vrouw in Hawaï met een man die allergisch was voor honden. Van het eerste nest van drie pups bleek er maar één, Sultan, geen klachten bij de man te geven. Jaren later noemde Conron de populariteit van de labradoodle zijn grote spijt: zijn idee gaf “gewetenloze mensen” een reden om deze honden zonder oog voor gezondheid te fokken en duur te verkopen.
Geschikt voor wie?
- Actieve gezinnen die dagelijks tijd hebben voor wandelen, spelen en training.
- Mensen die bereid zijn veel tijd en geld in vachtverzorging te steken.
- Beginners die een vriendelijke, leergierige hond zoeken én bereid zijn een puppycursus en vervolgtraining te volgen.
- Wie graag aan hondensport doet, zoals agility, obedience of speurwerk.
Laat een hond en een jong kind nooit zonder toezicht samen, ongeacht het ras.
Minder geschikt voor
- Mensen met een hondenallergie die rekenen op een hond die “niet verhaart”. Dat is niet gegarandeerd (zie Verzorging).
- Wie lange dagen van huis is. Labradoodles hadden vaker problemen bij alleen zijn dan labradors. Ook een zelfstandiger hond is niet gemaakt om dagelijks een volle werkdag alleen te zijn.
- Wie een rustige hond zoekt voor een klein appartement zonder veel beweging.
Beweging en training
Een volwassen labradoodle heeft 1,5 tot 2 uur beweging per dag nodig, met dagelijks loslopen, apporteren of zwemmen. Beide ouderrassen zijn jachthonden die graag werken, dus ook hersenwerk is belangrijk: snuffelspelletjes, trucjes of een hondensport.
Start vroeg met training en socialisatie. Beloon rustig gedrag, want veel labradoodles zijn uitbundig en springen tegen mensen op.
Een pup vraagt de eerste maanden extra zorg: zindelijkheid, alleen leren zijn, veel nieuwe indrukken. Laat hem minder intensief bewegen tot hij volgroeid is. Lange fiets- of looptochten pas als de groei klaar is.
Verzorging
Hier zit de grootste onzekerheid. Een labradoodle kan een gladde labradorvacht krijgen, een golvende “fleece” of een krullende poedelvacht. Of een hond weinig verhaart, hangt van meerdere genen af. Honden met twee kopieën van de zogenaamde furnishings-variant (RSPO2) verharen weinig. Een kruising krijgt een willekeurige combinatie van de genen van beide ouders, dus geen enkele fokker kan garanderen dat een pup niet zal verharen.
- F1: labrador × poedel. De vacht is het minst voorspelbaar.
- F1b: F1-labradoodle × poedel. Meer kans op een krullende vacht die weinig verhaart, maar ook dat is geen garantie.
- Multigeneratie: labradoodle × labradoodle, over meerdere generaties.
- Australian Labradoodle: een aparte fokrichting die in Australië begon. Daar werden ook andere rassen ingekruist, volgens de Australian Labradoodle Association of America vooral Engelse en Amerikaanse cocker spaniëls, om vacht en karakter consistenter te maken. Het blijft een fokrichting en geen FCI-ras.
Een krullende of wollige doodlevacht verhaart weinig, maar klit snel. Reken dan op (bijna) dagelijks borstelen tot op de huid en een trimbeurt om de 6 à 8 weken. Controleer ook wekelijks de oren: labradoodles hadden vaker oorontsteking dan labradors.
Waarom niet “allergievriendelijker”? Geen enkel hondenras is hypoallergeen, en een kruising al helemaal niet. Alle honden maken allergenen aan (onder meer Can f 1), via huidschilfers, speeksel en urine. Onderzoek vond in de vacht van zogenaamd hypoallergene rassen zoals poedel en labradoodle zelfs méér Can f 1 dan bij de labrador. In huis was er geen verschil (Vredegoor e.a. 2012; Nicholas e.a. 2011). Wel lag het allergeen in het vloerstof in labradoodlehuizen lager. Rassen die weinig haar verliezen, verspreiden minder haar in huis, en dat kan voor sommige mensen met een milde allergie het verschil maken. Er zijn ook grote verschillen tussen individuele honden. Ga daarom vóór je beslist meerdere keren bij déze hond op bezoek en overleg met een allergoloog. Wie alleen allergisch is voor Can f 5 (komt alleen voor bij niet-gecastreerde reuen), verdraagt soms wel een teef of een gecastreerde reu. Wantrouw een verkoper die “100% hypoallergeen” of “verhaart nooit” belooft.
Gezondheid
Een kruising is niet vanzelf gezonder. In een Britse vergelijking (Bryson e.a. 2024) van 57 aandoeningen was er bij 86,6% van de vergelijkingen geen verschil tussen doodles en hun ouderrassen. Labradoodles hadden minder heup- en elleboogdysplasie en kreupelheid dan labradors, en minder patellaluxatie dan poedels. Ze hadden wel vaker oorontsteking dan labradors, en vaker allergie, braken en diarree dan poedels. Ook in een Amerikaanse studie kwamen heupdysplasie en kanker even vaak voor bij kruisingen als bij rashonden (Bellumori e.a. 2013).
Voor de labradoodle zelf is er geen betrouwbare levensverwachting. In het grote Britse onderzoek van McMillan e.a. (2024) leefden kruisingen in het algemeen mediaan 12,0 jaar, labradors 13,1 jaar en poedels 14,0 jaar. Reken op ongeveer 12 tot 14 jaar.
Aandoeningen waarop je moet letten:
- Heup- en elleboogdysplasie: vooral via de labradorkant. Vraag HD- en ED-uitslagen van beide ouders.
- PRA-prcd: een erfelijke netvliesziekte die bij zowel labrador als poedel voorkomt. Daardoor kunnen twee dragers samen toch aangetaste pups geven. Een DNA-test bij beide ouders is dus belangrijk.
- Oorontsteking: door hangende, behaarde oren.
- Ziekte van Addison: de bijnieren maken te weinig hormonen, wat vage klachten tot een levensbedreigende crisis kan geven. In de Britse eerstelijnspraktijk hadden labradoodles een duidelijk hogere kans op Addison dan kruisingen in het algemeen (ongeveer 1 op 200 labradoodles), waarschijnlijk via de grote poedel als ouder (Schofield e.a. 2021). Er is geen test bij de ouderdieren.
- Daarnaast de rasgebonden aandoeningen van beide ouders.
Vraag bij de ouderdieren: HD en ED, een recent ECVO-oogonderzoek, een DNA-test op PRA-prcd, bij de labrador ook op EIC (inspanningsgebonden collaps) en bij de poedel op vWD. Fok of koop nooit uit merle × merle. Dat geeft een sterk verhoogde kans op doofheid en oogafwijkingen.
Een huisdierverzekering is het overwegen waard, zeker bij een grote, actieve hond met kans op gewrichtsproblemen. Kijk wel na of erfelijke aandoeningen gedekt zijn.
Wat kost een labradoodle?
Een labradoodlepup kost ongeveer € 1.500 tot 2.500 (indicatie van Overstappen.nl, 2026, zonder bronvermelding). Een hoge prijs zegt niets over de gezondheid of de vacht. Daarna kost een labradoodle ongeveer € 1.000 tot 2.200 per jaar. Daarin zitten voeding, de jaarlijkse controle met vaccinatie, ontworming en vlooien- en tekenmiddel, een verzekering, speelgoed en kleine benodigdheden, en het trimsalon (bij een krullende vacht al snel € 150 tot 350 per jaar of meer).
Niet inbegrepen: de aankoopprijs, eenmalige kosten (bench, mand, tuig, chip en registratie, puppyvaccinaties en puppycursus, eventueel sterilisatie of castratie), opvang tijdens de vakantie en onverwachte dierenartskosten. In België betaal je geen hondenbelasting. In Nederland heffen sommige gemeenten die nog wel.
Wat heb je nodig?
- Bench: maat XL voor een medium of standaard labradoodle.
- Tuig: borstomvang ongeveer 55 tot 80 cm, afhankelijk van de maat. Meet je hond na, want de spreiding is groot.
- Voer: ongeveer 6 tot 12,5 kg brokken per maand, afhankelijk van gewicht en activiteit.
- Vachtverzorging: een slickerborstel, een metalen kam, een klittenkam, hondenshampoo en oorreiniger. Bij een labradorvacht volstaat een rubberen borstel.
Adopteren of kopen?
Kijk eerst bij een asiel. In Vlaanderen vind je erkende asielen via adopteereendier.be, in Nederland via Ikzoekbaas.nl van de Dierenbescherming. Ook doodles komen daar terecht, vaak omdat de baas de verzorging of de energie onderschatte.
Er bestaat geen erkende rasvereniging voor de labradoodle in België of Nederland, en geen stamboek bij de KMSH of de Raad van Beheer. In Vlaanderen mogen erkende kwekers bovendien geen rassen kruisen zonder toestemming van de minister. De Vlaamse overheid waarschuwt dat pups van kruisingen erfelijke aandoeningen van beide rassen kunnen hebben. Daarom staan hier geen organisaties of kwekerslijsten.
Wil je toch een pup, let dan zeker op het volgende:
- Je ziet de moederhond bij de pups. In het onderzoek van Bryson e.a. (2026) waren honden die niet bij hun moeder werden opgehaald minder trainbaar en vaker agressief.
- Beide ouders zijn getest: HD, ED, ECVO en DNA op PRA-prcd. Vraag de officiële uitslagen.
- De verkoper belooft geen “allergievrije” of “niet-verharende” pup.
Bronnen
Wetenschappelijk onderzoek
- Bryson G.T., O’Neill D.G., Brand C.L., Belshaw Z., Packer R.M.A. (2024). The doodle dilemma: How the physical health of ‘Designer-crossbreed’ Cockapoo, Labradoodle and Cavapoo dogs’ compares to their purebred progenitor breeds. PLoS ONE 19(8): e0306350 – doi.org
- Bryson G.T., O’Neill D.G., Belshaw Z., Brand C.L., Packer R.M.A. (2026). Comparing undesirable behaviours between ‘designer’ Poodle-cross dogs and their purebred progenitor breeds. PLOS ONE 21: e0342847 – doi.org
- McMillan K.M., Bielby J., Williams C.L., Upjohn M.M., Casey R.A., Christley R.M. (2024). Longevity of companion dog breeds: those at risk from early death. Scientific Reports 14:531 – doi.org
- Bellumori T.P., Famula T.R., Bannasch D.L., Belanger J.M., Oberbauer A.M. (2013). Prevalence of inherited disorders among mixed-breed and purebred dogs: 27,254 cases (1995–2010). JAVMA 242(11):1549–1555 – doi.org
- Schofield I., Woolhead V., Johnson A., Brodbelt D.C., Church D.B., O’Neill D.G. (2021). Hypoadrenocorticism in dogs under UK primary veterinary care: frequency, clinical approaches and risk factors. Journal of Small Animal Practice 62(5):343–350 – doi.org
- OMIA, Progressive rod-cone degeneration (prcd) bij de hond, met o.a. labrador en poedel – omia.org
- Vredegoor D.W., Willemse T., Chapman M.D., Heederik D.J., Krop E.J. (2012). Can f 1 levels in hair and homes of different dog breeds: lack of evidence to describe any dog breed as hypoallergenic. J Allergy Clin Immunol 130(4):904–909 – doi.org
- Nicholas C.E. e.a. (2011). Dog allergen levels in homes with hypoallergenic compared with nonhypoallergenic dogs. Am J Rhinol Allergy 25(4):252–256 – doi.org
Kennelclubs, rasverenigingen en overheid
- welkehond.be, scores van de ouderrassen Labrador Retriever en Poedel – welkehond.be · welkehond.be
- The Royal Kennel Club, Retriever (Labrador) – royalkennelclub.com
- The Royal Kennel Club, Poodle (Standard) – royalkennelclub.com
- Overstappen.nl, Hoeveel kost een hond? (prijsindicatie per ras, update 20/01/2026) – overstappen.nl
- Laboklin, genetica van vacht en verharing (RSPO2/furnishings) – laboklin.com
- Raad van Beheer, Een Doodle als je hond – houdenvanhonden.nl
- Vlaanderen, Fokkerijbesluit: veelgestelde vragen (kruisen van rassen) – vlaanderen.be
- Raad van Beheer, Verbod op fokken met merle × merle – houdenvanhonden.nl
Andere bronnen
- FOX29 (2019), Labradoodle inventor calls the breed his ‘big regret’ (naar een ABC-podcast) – fox29.com
- Australian Labradoodle Association of America, over de Australian Labradoodle – alaa-labradoodles.com
- Wikipedia, Labradoodle (gewichtsklassen, geschiedenis) – en.wikipedia.org
Waar vind je een Labradoodle?
Kijk eerst in het asiel of bij herplaatsing via de rasvereniging. Vind je daar geen hond, dan helpt de rasvereniging je verder. Algemene asielen vind je op adopteereendier.be (België) en ikzoekbaas.nl (Nederland), of bekijk alle erkende Vlaamse asielen voor honden.
Vermeldingen zijn gratis en informatief, niet betaald. We tonen geen pups te koop en geen prijzen. Een kweker vermelden is geen aanbeveling: vraag altijd naar de gezondheidsonderzoeken van beide ouders.