Hersenen en zenuwen DNA-test beschikbaar

Epilepsie

Ook: idiopathische epilepsie, primaire epilepsie, erfelijke epilepsie, epileptische aanvallen, toevallen, juveniele epilepsie, JME, LGI2

Terugkerende aanvallen door een ontregeling in de hersenen, bij veel rassen deels erfelijk. Meestal bestaat er geen test: vraag naar epilepsie bij ouders en familie.

Erfelijkheid
Deels erfelijk
Onderzoek bij de ouders
Geen test
Vaker bij
7 rassen op deze site

Epilepsie is een van de vaakste hersenaandoeningen bij honden. Een aanval ziet er angstaanjagend uit, maar veel honden met epilepsie leven met medicatie een goed leven. Voor wie een pup kiest, is het moeilijke punt dat er voor de meeste rassen geen test bestaat. Je moet het dus vooral hebben van eerlijke informatie van de kweker over de familie van de pup.

Wat is het?

Bij een epileptische aanval vuren hersencellen plots tegelijk en ongecontroleerd. Volgens de internationale werkgroep van dierenartsen-neurologen (IVETF) spreek je van epilepsie als een hond minstens twee aanvallen zonder aanwijsbare uitlokker krijgt, met meer dan 24 uur ertussen (Berendt e.a. 2015). De IVETF onderscheidt drie soorten:

  • Idiopathische epilepsie: er is geen oorzaak te vinden behalve een (vermoedelijk) erfelijke aanleg. Dit is de vorm waar het bij het kiezen van een ras om draait.
  • Structurele epilepsie: door een afwijking in de hersenen, zoals een tumor, ontsteking of letsel.
  • Reactieve aanvallen: door een probleem buiten de hersenen, zoals vergiftiging, een te lage bloedsuiker of een leverziekte.

Bij honden in het algemeen schat men dat 0,6 tot 0,75% epilepsie heeft (Hülsmeyer e.a. 2015). In de Britse eerstelijnspraktijk (VetCompass, 92 klinieken) had 0,62% van de honden epilepsie zonder bekende oorzaak. Reuen hadden er 1,5 keer meer kans op dan teven, en de Duitse herder had bijna dubbel zoveel kans als een kruising (Kearsley-Fleet e.a. 2013). Bij sommige rassen ligt het veel hoger: in Denemarken had 9,5% van de Groenendaelers en Tervuerense herders epilepsie (Berendt e.a. 2008), en in Nederland werd bij 1,5% van de geregistreerde stabyhouns epilepsie zonder oorzaak vastgesteld (Rolink e.a. 2026).

Waaraan herken je het?

De bekendste aanval is de gegeneraliseerde aanval: de hond valt om, verstijft, maakt trap- of fietsbewegingen, kwijlt en verliest soms urine of ontlasting. Er bestaan ook focale aanvallen, waarbij alleen een deel van het lichaam meedoet: trekkingen in het gezicht of een poot, of vreemd gedrag zoals happen naar denkbeeldige vliegen. Na een aanval is een hond vaak minuten tot uren verward, onrustig of tijdelijk blind.

Idiopathische epilepsie begint meestal tussen zes maanden en zes jaar (De Risio e.a. 2015). Begint het vroeger of later, dan zoekt de dierenarts extra naar een andere oorzaak. Een aanval van meer dan vijf minuten of aanvallen waartussen de hond niet bijkomt (status epilepticus, Berendt e.a. 2015), en meerdere aanvallen kort na elkaar (clusteraanvallen), zijn een noodgeval. Ook na één aanval ga je naar de dierenarts; film de aanval als het veilig kan.

Hoe ontstaat het?

Bij idiopathische epilepsie speelt erfelijkheid een grote rol, maar bij de meeste rassen gaat het om meerdere genen samen en is de exacte oorzaak niet gevonden (Hülsmeyer e.a. 2015). Daarom bestaat er meestal geen DNA-test. Bij de Belgische herder bijvoorbeeld is uitgebreid gezocht, en werd alleen een risicofactor in het ADAM23-gen gevonden, geen oorzaak die je kunt testen (Hülsmeyer e.a. 2015).

Er zijn een paar uitzonderingen waarbij één gen de oorzaak is:

  • Juveniele epilepsie bij de Lagotto Romagnolo: focale aanvallen bij pups, die meestal vanzelf verdwijnen. Oorzaak is een recessieve fout in het LGI2-gen. In een studie in drie landen was 32% van de lagotti drager (Seppälä e.a. 2011; Hülsmeyer e.a. 2015). Volwassen lagotti met epilepsie hebben die fout meestal niet: dat is een andere vorm.
  • Juveniele myoclonische epilepsie (JME) bij de Rhodesian Ridgeback: schokken vooral in rust en slaap, beginnend rond zes maanden, door een recessieve fout in het DIRAS1-gen (Wielaender e.a. 2018).

Waarom sommige rassen meer risico hebben: een kleine genenpool en veel gebruikte reuen helpen een aanleg verspreiden. Bij de Border Collie en de Australian Shepherd gingen veel zieke honden terug op een gemeenschappelijke voorouder, en verliep de ziekte vaak ernstig: bij 56% van de Aussies met epilepsie lukte het niet om de aanvallen goed onder controle te krijgen (Weissl e.a. 2012; Hülsmeyer e.a. 2015). Ook bij de Duitse herder en de Mechelse herder is aandacht nodig.

Welk onderzoek vraag je bij de ouders?

Voor de meeste rassen bestaat er geen test op idiopathische epilepsie. Wat je wel kunt doen:

  • Vraag of er epilepsie voorkwam bij de ouders, grootouders, broers en zussen van de ouders en vorige nesten. Een eerlijke kweker vertelt dat.
  • Vraag naar de leeftijd van de ouders. Omdat de meeste honden hun eerste aanval vóór drie jaar krijgen, laat de Nederlandse rasvereniging van de Australian Shepherd alleen fokken met honden ouder dan drie jaar (Rolink e.a. 2026). Een ouder van vijf zonder aanvallen zegt meer dan een ouder van anderhalf.
  • Vraag naar het fokbeleid van de rasvereniging. De Nederlandse Border Collie-vereniging sluit een hond met epilepsie én zijn ouders uit (Rolink e.a. 2026).
  • Bij de lagotto: de DNA-test op juveniele epilepsie (LGI2), bij de Rhodesian Ridgeback de DNA-test op JME (DIRAS1). Vrij × drager geeft geen zieke pups; twee dragers samen wel (gemiddeld een kwart).

Nederland. Sinds de algemene vergadering van oktober 2021 geldt bij de Raad van Beheer: een hond met idiopathische epilepsie krijgt een fokverbod, de combinatie van zijn ouders mag niet herhaald worden, en een ouder die met een andere partner opnieuw een zieke pup geeft, wordt definitief uitgesloten. Meldingen gaan via een meldpunt, met een verklaring van de dierenarts (Raad van Beheer).

Vlaanderen. Sinds 1 juli 2025 heeft elk ras een goedgekeurd fokprogramma met de verplichte onderzoeken (Vlaamse overheid). Voor epilepsie is er bij de meeste rassen geen onderzoek om in te schrijven; vraag de kweker en de rasvereniging hoe zij met meldingen omgaan.

Behandeling en kosten

Eerst sluit de dierenarts andere oorzaken uit met een klinisch en neurologisch onderzoek en bloed- en urineonderzoek. Bij twijfel volgt een MRI van de hersenen en een onderzoek van het hersenvocht (De Risio e.a. 2015). Een MRI kost volgens Univé meestal €800–1.000 en soms tot €1.500 (Univé).

De IVETF raadt aan om met medicatie te starten bij twee of meer aanvallen binnen zes maanden, bij clusteraanvallen of een langdurige aanval, bij een zware herstelfase of als de aanvallen erger worden (Bhatti e.a. 2015). Veelgebruikte middelen zijn fenobarbital, imepitoïne en kaliumbromide; welk middel en welke dosis past, beslist de dierenarts. De behandeling is meestal levenslang, met regelmatige bloedcontroles. Het doel is minder en lichtere aanvallen: helemaal aanvalsvrij wordt maar een minderheid, maar ongeveer twee op de drie honden krijgen minstens de helft minder aanvallen (Bhatti e.a. 2015).

Reken dus op een terugkerende kost voor medicijnen en controles, en op extra kosten bij een noodgeval. Veel polissen sluiten erfelijke of al bestaande aandoeningen uit; lees de voorwaarden.

Wat kun je zelf doen?

  • Vóór de aankoop: vraag naar epilepsie in de familie, de leeftijd van de ouders en het fokbeleid. Bij lagotto en Rhodesian Ridgeback: de DNA-uitslagen van beide ouders.
  • Hou een aanvalsdagboek bij (datum, duur, wat er gebeurde). Dat helpt bij het instellen van de medicatie.
  • Geef medicatie stipt en stop nooit op eigen houtje: plots stoppen kan zware aanvallen uitlokken.
  • Tijdens een aanval: blijf kalm, haal gevaarlijke voorwerpen weg en steek je handen niet in de bek.
  • Meld epilepsie aan de kweker en de rasvereniging (in Nederland ook bij het meldpunt van de Raad van Beheer). Zonder meldingen kan een ras epilepsie niet terugdringen.

Bronnen

Wetenschappelijk onderzoek

  • Berendt M., Farquhar R.G., Mandigers P.J.J. e.a. (2015). International veterinary epilepsy task force consensus report on epilepsy definition, classification and terminology in companion animals. BMC Veterinary Research 11:182 – doi.org
  • De Risio L., Bhatti S., Muñana K. e.a. (2015). International veterinary epilepsy task force consensus proposal: diagnostic approach to epilepsy in dogs. BMC Veterinary Research 11:148 – doi.org
  • Bhatti S.F.M., De Risio L., Muñana K. e.a. (2015). International Veterinary Epilepsy Task Force consensus proposal: medical treatment of canine epilepsy in Europe. BMC Veterinary Research 11:176 – doi.org
  • Hülsmeyer V.I., Fischer A., Mandigers P.J.J. e.a. (2015). International Veterinary Epilepsy Task Force’s current understanding of idiopathic epilepsy of genetic or suspected genetic origin in purebred dogs. BMC Veterinary Research 11:175 – doi.org
  • Kearsley-Fleet L., O’Neill D.G., Volk H.A., Church D.B., Brodbelt D.C. (2013). Prevalence and risk factors for canine epilepsy of unknown origin in the UK. Veterinary Record 172(13):338 – doi.org
  • Berendt M., Gulløv C.H., Christensen S.L. e.a. (2008). Prevalence and characteristics of epilepsy in the Belgian shepherd variants Groenendael and Tervueren born in Denmark 1995–2004. Acta Veterinaria Scandinavica 50:51 – doi.org
  • Weissl J., Hülsmeyer V., Brauer C. e.a. (2012). Disease progression and treatment response of idiopathic epilepsy in Australian Shepherd dogs. Journal of Veterinary Internal Medicine 26(1):116–125 – doi.org
  • Seppälä E.H., Jokinen T.S. e.a. (2011). LGI2 truncation causes a remitting focal epilepsy in dogs. PLoS Genetics 7(7):e1002194 – doi.org
  • Wielaender F., James F.M.K., Cortez M.A. e.a. (2018). Absence seizures as a feature of juvenile myoclonic epilepsy in Rhodesian Ridgeback dogs. Journal of Veterinary Internal Medicine 32:428–432 – doi.org
  • Rolink T., van Rooijen A., Diaz Espineira M., Broeckx B., Bhatti S.F.M., Mandigers P.J.J. (2026). Phenotypic characterisation, quality of life and prevalence of idiopathic epilepsy and epilepsy of unknown cause in the nine Dutch dog breeds. Frontiers in Veterinary Science – doi.org

Kennelclubs, rasverenigingen en overheid

  • Raad van Beheer, Tegengaan erfelijke aandoeningen: epilepsie – houdenvanhonden.nl
  • Vlaamse overheid, Fokkerijbesluit honden en katten – vlaanderen.be
  • Univé Huisdierenverzekering, MRI-scan hond: kosten – unive.nl

Deze pagina helpt je een hond te kiezen en vervangt geen dierenarts. Merk je klachten bij je hond, ga dan naar je dierenarts. Laatst inhoudelijk bijgewerkt op 7 oktober 2026.